Op 15 juli 1940 vindt in Amsterdam de eerste herdenking tijdens de oorlog plaats van Rembrandts geboortedag. Het is een sobere herdenking bij het grafmonument van de schilder in de Westerkerk. De plechtigheid is georganiseerd door de werkgemeenschap ‘Door Arbeid Welvaart’, die de herdenking ook in de vooroorlogse jaren organiseerde. In 1941 gaat de afdeling Propaganda van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten zich met de herdenking bemoeien.
De Nationale Jeugdstorm, de jongerenorganisatie van de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging), legt een krans bij het standbeeld van Rembrandt op het Rembrandtplein. Aansluitend vindt de herdenking plaats met een kranslegging in de Westerkerk. Professor T. Goedewaagen, secretaris-generaal van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten, houdt een toespraak waarin hij Rembrandt typeert als een van de grootste openbaringen van de Germaanse geest. De redacties van de kranten worden uitgebreid ingelicht en de radio en de filmdienst van de NSB doen verslag.
[citaten:]
“Het land van Rembrandt eert zijn grootsten zoon niet als bezit voor zichzelf alleen, doch als een der grootste en edelste scheppingen van den Germaanschen geest.”
Tobie Goedewaagen, secretaris-generaal van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten
“Kunst was geen regeringszaak. Tegenwoordig is kunst regeringszaak.”
Max Blokzijl, NSB’er, werkzaam bij de afdeling Propaganda van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten en initiatiefnemer van de Rembrandtherdenking 1941
“... dat de afdeling Propaganda zich zo voor deze herdenking beijvert zal licht een verkeerde indruk maken!”
De werkgemeenschap ‘Door Arbeid Welvaart’ in een brief aan het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. De werkgemeenschap blijkt niet zo gelukkig met de bemoeienis van het departement.