• Museum
  • Tweede Wereldoorlog
  • Kinderen
tweede-wereldoorlog

Verzet

Walter Süskind
Sal Kool
Piet Meerburg
Bert de Vries Robles
Jo Spier

De Joodse Raad in verzet
De Duitsers hebben de Joodse Raad opgericht, die ervoor moet zorgen dat de deportatie naar de kampen ordelijk verloopt. De joodse medewerkers schrijven iedereen in die zich bij de Schouwburg meldt. Sommige medewerkers halen stiekem registratiekaarten uit de kaartenbak en helpen mensen te ontsnappen uit de Schouwburg.

Walter Süskind
De directeur van de Joodse Raad in de Hollandsche Schouwburg, Walter Süskind, organiseert dit verzetswerk. Walter Süskind is geboren in Duitsland en spreekt goed Duits. Hij doet alsof hij de beste vrienden is met de Duitse commandanten.

Hij voert ze dronken tijdens gezellige avondjes, en ondertussen zet hij een systeem op om zoveel mogelijk kinderen uit de Schouwburg en uit de crèche aan de overkant te redden. Zelf wordt hij uiteindelijk naar Kamp Auschwitz gedeporteerd, waar hij in 1945 sterft.

‘Ik was zestien toen ik in mijn eentje in de Hollandsche Schouwburg belandde. Süskind stuurde me direct door naar de crèche. Ik begreep niet waarom; was ik daar niet te oud voor? Nu snap ik dat hij een kans zag: een jongen zonder ouders snel verstoppen in de crèche. En hem vervolgens laten redden.’
Sal Kool

‘Ik kwam elke week bij Walter Süskind. Hij gaf aan hoeveel kinderen uit crèche moesten worden gehaald. Vervolgens zocht ik onderduikadressen. Süskind had het overzicht; hij had alles onder controle.’
Piet Meerburg, verzetsman

De organisatie van het verzet
Raphaël (‘Felix’) Halverstad werkt voor de Joodse Raad in de Hollandsche Schouwburg. Hij registreert alle joden die binnenkomen. Hij noteert de namen op een kaart in een kaartenbak. Halverstad kan goed tekenen en schilderen, en ook goed vervalsen. Hij verwijdert de namen van kinderen van de kaarten. Daardoor kunnen ze ontsnappen.

Jacques van de Kar is fietskoerier van de Joodse Raad.
‘Ik had een groepje gevormd van acht tot tien jonge kerels, die net als ik wel wat durfden. We hadden in de Schouwburg een kruipruimte ontdekt waar we mensen verstopten. Die smokkelden we dan ’s nachts het gebouw uit. Alle mogelijkheden om via mijn baantje verzet te plegen greep ik met beide handen aan.’

Bert de Vries Robles is een van de artsen van de Joodse Raad in de Hollandsche Schouwburg. Maurice Hirschel is doktersassistent. De beide mannen moeten vaak naar de crèche aan de overkant, om zieke kinderen te onderzoeken. Zo kunnen ze steeds geheime boodschappen overbrengen. Lex van Weren en Jo Spier zijn door de Joodse Raad aangesteld voor de verzorging van de kinderen.

Jo Spier
Jo Spier: ‘Ik heb gedaan wat Süskind me vroeg. Al snel werd me duidelijk dat ik de kinderen niet alleen moest verzorgen, maar ook moest helpen bij het laten verdwijnen van kinderen. Angst? Dat speelde niet. Waarschijnlijk heb ik dat toen verdrongen.’

Lex van Weren: ‘Als begeleider ging ik mee met het wandelen. Op de terugweg misten er opeens een paar kinderen. Ik schrok me dood en bleef maar tellen. Tot Süskind vertelde dat het goed was. Er waren weer een paar kinderen ontkomen.’


Trefwoorden: Hollandsche Schouwburg - Joodse Raad - Süskind, Walter - onderduikhulp