Een van de schrijfmachines waarop de bekende oproep tot de Februaristaking is getypt, door de Amsterdamse huisvrouw Coba Veltman.
Agressie tegen joden
Begin 1941 gaan NSB'ers in Amsterdam zich agressief gedragen tegen joden. Leden van de WA, de geüniformeerde knokploeg van de NSB, marcheren door Amsterdam. Ze hangen bij cafés borden op met 'joden niet gewenst' en ze richten vernielingen aan in de oude joodse buurt.
Vechtpartijen
Joodse en niet-joodse jongeren vormen knokploegen ter verdediging. Het komt tot vechtpartijen. Daarbij raakt de WA-man Hendrik Koot zo ernstig gewond dat hij enkele dagen later overlijdt. Als reactie sluiten de Duitsers de joodse buurt tijdelijk af.
Orde herstellen
Ze stellen een Joodse Raad in, die de orde moet helpen herstellen. Maar een paar dagen na de begrafenis van Koot wordt een Duitse patrouille die een joodse ijssalon inspecteert met ammoniakgas bespoten.
Eerste razzia's
De Duitsers grijpen de incidenten aan voor hun eerste razzia’s op joden: op 22 februari en 23 februari 1941 worden 425 jonge joodse mannen opgepakt, met bruut geweld bij elkaar gedreven en in overvalwagens afgevoerd. Veel Amsterdammers zijn geschokt.
Proteststaking
De illegale communistische partij (CPN) roept op tot een proteststaking. Op dinsdag 25 februari rijden de trams niet uit. Iedereen in de stad merkt dat er iets aan de hand is. De staking slaat aan. Steeds meer bedrijven doen mee. In optochten trekken de stakers door de straten.