Verzetsman Carel Steensma maakt een kerstboompje in de Weteringschans-gevangenis in Amsterdam van het karton dat het raam verduistert.
 |
| klik voor vergroting. |
Naar EngelandDuizenden jonge mannen proberen uit bezet Nederland te ontsnappen om vanuit Engeland deel te nemen aan de strijd tegen Duitsland. Op 2 september 1941 vertrekt Steensma per boot naar Engeland. De boot wordt beschoten, de motor gaat kapot en Steensma wordt met twee medevluchters gepakt. Steensma is geraakt in zijn rechterbeen.
SchotwondIn de gevangenis maakt hij het kerstboompje. Hij snijdt de kartonreepjes van het karton dat het raam verduistert met een op de vloer scherp geslepen vork. De sneeuw komt van het verband om zijn schotwond en de versiering van de zilverfolie van medicijnpoeders. Overdag wordt het boompje verstopt. Op kerstavond 1941 wordt er in de cel bij gezongen. Al snel zingen de gevangenen uit alle andere cellen mee.
Kampen overleefd
Steensma overleeft verschillende concentratiekampend waaronder kamp Natzweiler. Daar wordt zijn been zonder narcose door een medegevangene - een chirurg - afgezet. In het najaar van 1944 wordt Steensma in een dodenwagon naar Dachau vervoerd; hij lijkt dood maar leeft nog. Doordat hij iemands aandacht weet te trekken wordt hij tussen de lijken vandaan gehaald. Steensma overleeft de oorlog.