Over veel mensen en gebeurtenissen zijn rijmpjes en spottende liedjes gemaakt.
Een paar voorbeelden.
Koot is dood ![]()
In het Verzetsmuseum is dit briefje te zien met een spotdicht over de nieuwe baas in Nederland de Oostenrijkse nazi Dr. Arthur Seyss-Inquart (spreek uit: Sijs Inkwart). Hij komt uit Wenen (Wiên), besteelt ons (er staat 'besteed') en loopt mank (hik stap).
Bij straatgevechten tussen (joodse) Amsterdammers en NSB'ers komt de NSB'er Koot om het leven. De NSB is zo gehaat dat er een spottende liedje over wordt gemaakt.
Hier ligt Koot,
hij is dood,
stop 'm in een kissie.
Doe er dan wat water
bij dan zwemt ie als een vissie.
Zie ook het onderdeel over de Februaristaking (het 'stop'-handje). Die staking heeft van alles te maken met de dood van Koot.
Als kind zongen we liedjes
Een meneer uit Heemstede heeft het Verzetsmuseum een aantal liedjes gestuurd die hij als kind vaak zong. Hij was 9 jaar aan het begin van de oorlog.
| Collage met Mussert (leider NSB) en Volk en Vaderland verkoper. Op de achtergrond zie je ook OZO staan. 'Rasplebeër' betekent zoiets als 'boerenlul'. |
Op de wijs van 'Oranje boven':
Kleurtje boven, kleurtje boven,
leve je weet wel wie.
Weg met - ik mag niet zeggen
leve je weet wel wie.
Kleurtje boven, kleurtje boven,
leve je weet wel wie.