Steeds meer Duitse propaganda tegen Afrikaanse zwarten na het einde van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).
Tegen zwarten
In 1920-1922 is het hoogtepunt van Duitse propaganda tegen de aanwezigheid van Afrikaanse zwarte soldaten in het Franse leger. Deze zijn na de Vrede van Versailles (na de Eerste Wereldoorlog) gelegerd op de linker Rijnoever. Met pamfletten, posters, postzegels en film wordt gewezen op de barbaarse neger die een gevaar is voor de blanke vrouw.
Deze racistische Duitse propaganda heeft doorgewerkt in het racisme van Hitler en de nazi's. Volgens Hitler hadden de joden ervoor gezorgd dat de negers aan de Rijn stonden. Net als de joden zouden volgens de racistische geschriften 'de zwarte duivels' in hun bloeddorst 'de slagaders van hun slachtoffers doorbijten en hen uitzuigen'.
Raszuiverheid
Zo'n vierhonderd 'Rheinlandbastaarden' (kinderen van zwarte soldaten en blanke vrouwen) zijn in 1937 door de nazi's gesteriliseerd. Ze konden geen kinderen meer krijgen en daardoor de zuiverheid van het Duitse ras niet meer aantasten.
De roep om raszuiverheid heeft te maken met de eerste massale verschijning van gekleurde mensen op Europese bodem; zo'n 2 miljoen werden er tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Europa gehaald. In Frankrijk vochten 134.000 zwarte Afrikanen. Lees meer