• Museum
  • Tweede Wereldoorlog
  • Kinderen
kinderen

Verzet wordt uitgeschakeld

Een groep Japanse politieagenten (Kempeitai).
“We onthoofden iemand die we schuldig bevinden liever meteen ter plekke met het samoeraizwaard, dan weken of maanden militaire tijd te verkwanselen en energie te verspillen.”
Japanse officier

De Japanse politie, de Kempeitai, treedt heel hard op tegen het verzet. Als zij iemand verdenken, wordt hij gearresteerd en gemarteld. Soms geven mensen dingen toe die ze helemaal niet hebben gedaan, omdat ze hopen dat de mishandelingen dan stoppen. Maar als zij bekennen worden ze vaak meteen onthoofd. Ook bij kleine overtredingenzijn de straffen zwaar.

“Tijdens het ondervragen kreeg je meppen. Ze sloegen mij niet hard, maar wel heel geniepig zo dat ook je nieren werden geraakt. Dan had je de volgende dag onbeschrijflijke pijn bij het plassen.”
Bert Simon, Molukker en kid van een verzetsgroep

PID
Veel Indonesische en Indisch-Nederlandse spionnen en verklikkers werken voor de Politieke Inlichtingen Dienst (PID). Zij helpen de Kempeitai bij het opsporen van het verzet. Ze zijn daar zo goed in, dat er in de loop van 1943 bijna geen enkele verzetsgroep meer over is.

Slachtoffers
In 1945 pakken de Japanners honderden Indische jongens op, omdat ze de Japanners niet genoeg hebben geholpen. Ze worden mishandeld en gevangengezet. Veel van deze jongens overleven het niet. In totaal arresteren de Japanners 15.000 mensen omdat ze verzet hebben gepleegd. De helft daarvan wordt gedood.


Trefwoorden: verzet Nederlands-Indië