“Na de Japanse inval hoorden we niets meer van mijn vader. Op een dag werd ik uit de klas gehaald. Ik ging naar buiten en zag daar een Indonesiër, gekleed in een jasje en sarong. Hij had ook een zwarte ‘koeploe’ op, een typisch Indonesisch hoedje. Hij keek me aan en zei: ‘Piet, je vader leeft nog.’ Ik herkende hem meteen, maar ik durfde niets te zeggen en ben toen naar binnen gegaan. Het was de laatste keer dat hij iets tegen me heeft gezegd.”
Piet Meelhuysen.
In het begin
Al snel nadat Nederlands-Indië zich overgeeft, komen er verzetsgroepen. Veel mensen denken dat de geallieerden Nederlands-Indië binnen een paar maanden zullen bevrijden. De verzetsgroepen willen daarbij helpen. Ze verzamelen wapens en ze zorgen voor radiocontact. Ook zorgen ze voor onderduikadressen.
![]() |
| Korps Insulinde |
Verzetsgroepen
In verzetsgroepen zitten vooral mensen die niet in een kamp leven. Bijvoorbeeld de Nederlanders die voor de Japanners moeten werken of de Indische-Nederlanders. Ook zijn er vrijgelaten Indonesische KNIL-soldaten die verzet plegen. De meesten van hen zijn Molukkers. Binnen de kampen is er ook verzet, maar daar is het nog moeilijker om niet te worden ontdekt.