De winkels worden tijdens de bezetting steeds leger. Alle eerste levensbehoeften zijn 'op de bon'. Dat is bedacht om de producten die er zijn eerlijk te verdelen. Als je iets wilt kopen heb je bonnen nodig. Daarop staat op hoeveel je recht hebt. Bijvoorbeeld een half brood of 2 ons boter. En je moet natuurlijk geld betalen.
Wat een gedoeZowel de winkeliers als hun klanten hebben door het bonnensysteem veel extra administratie. Winkeliers moeten alle bonnen verzamelen en weer inleveren.
Kaart om bonnen te krijgenDe klanten hebben een persoonlijke 'distributiestamkaart' waarmee ze bonnen kunnen krijgen - voor groente, voor brood, enzovoort.
Wanneer geldt de bon?Die bonnen zijn ook nog eens beperkt geldig. Je moet dus goed opletten wanneer je welke producten mag kopen. Dat staat in de krant.
De rompslomp komt meestal op de huisvrouw neer. Ze moet in de gaten houden wanneer ze wat kan kopen en ze moet de bonnen netjes opbergen, in mapjes of doosjes.