• Museum
  • Tweede Wereldoorlog
  • Kinderen
kinderen

De kinderverzorgsters

Zij hebben dappere dingen gedaan waardoor kinderen gered konden worden ...

‘Er werd ontzettend veel gefluisterd. Ik merkte dat er kinderen verdwenen. Pas veel later, na de oorlog, heb ik begrepen hoe. Ik had best graag mee willen helpen. Maar het is me niet gevraagd.’
Elly Stein, kinderverzorgster

‘Het ging automatisch, ik deed eraan mee. Ik heb er geen moment over nagedacht, ook niet over de risico’s. Je had niet eens tijd om bang te zijn.’

Sieny Kattenburg
Kinderverzorgster Sieny Kattenburg is achttien als de crèche onderdeel wordt van de Schouwburg. Zij moet de kinderen heen en weer brengen tussen de Schouwburg en de crèche. Zo kan ze veel kinderen wegsmokkelen.

Ze vertelde: ‘Ik ging naar de Schouwburg en vroeg aan ouders: “Zou u niet uw kind bij ons achter willen laten? Wij zullen zorgen dat het bij mensen komt waar het verzorgd wordt tot u terugkomt.” Een paar uur later ging ik terug om hun beslissing te horen. De meeste ouders weigerden. Wie geeft zijn kind zomaar mee, zonder te weten waar naartoe? Ze wilden zelf voor hun kind zorgen. Ik kon dat wel begrijpen.’

Ze is niet bang. ‘Twintig SS-ers kwamen eens de zaal op met van die helmen en laarzen. Toen ben ik voor ze gaan staan en riep “Eruit! Hoe durven jullie kleine kinderen wakker te maken!” Ze dropen af. Vanaf die tijd werd ik “das freche Weib” genoemd, het brutale wijf.’

Kinderverzorgster Betty Oudkerk woont net als Sieny Kattenburg in de crèche, en werkt mee aan het verzetswerk. ‘Het ging gewoon automatisch, ik deed eraan mee. Ik heb er geen moment over nagedacht, ook niet over de risico’s. Je had niet eens tijd om bang te zijn.’ ‘Ik flirtte met de Duitse bewakers en ondertussen had ik in een grote tas een baby zitten. Gewoon in een reistas. Zo liep ik dan de voordeur van de crèche uit.’

Virrie Cohen
Virrie Cohen werkt voor de oorlog een paar jaar in de crèche. In 1943 komt ze er opnieuw te werken. Ze wordt door Pimentel meteen in vertrouwen genomen. Als Pimentel mee moet op transport krijgt Virrie de leiding. Ze is de oudste van de groep.

‘Ik weet nog dat ik allemaal gaatjes in een doos prikte en daar een baby in legde. Die bracht ik naar de Plantage Parklaan. Daar zat het kantoor van de Joodse Gemeente, dat we gebruikten als tussenstation. Hier werden kinderen door verzetsgroepen afgehaald.’ ‘Een schuldgevoel blijft, altijd. Al die kinderen die we niet hebben gered.’

Suzy Glaser
Suzy Glaser is zestien als ze in de crèche komt werken. Het is de enige opleiding waar ze als joods meisje nog wordt toegelaten. ‘Ze zeiden tegen me: neem dit kind mee onder je cape. Als je tijdens de wandeling op je schouder wordt getikt, laat je het gaan. En dat deed ik. Het kind huilde niet eens.’

Rosa Wisch
Rosa Wisch, kinderverzorgster: ‘Tijdens het wandelen met de kinderen zag ik dat vreemden een paar kinderen uit de groep haalden. Ik dacht: het zal familie zijn, en greep niet in.’


Trefwoorden: kinderen in onderduik